Van het Zeeuwse Aagtekerke naar de zware klei op het Malenveld in Stroe: Joan de Visser en zijn team trekken al twintig jaar ten strijde. Met de 8,3 liter Cummins-krachtbron in de Red Bunny heeft het team inmiddels definitief zijn plek opgeëist in de eredivisie van de pulling, klaar voor een nieuwe strijd in Stroe.
Het verhaal van de Zeeuwen begon in 2006 bij de NTTO. “We zitten ondertussen al twintig jaar in de pullinghobby, dus dat is al een hele poos”, blikt Joan terug. Wat destijds startte als een eenmansproject in de 3,6 ton klasse, is in twee decennia uitgebouwd tot een professioneel familieteam. In de werkplaats in Zeeland werd niet alleen aan techniek gesleuteld, maar ook aan de toekomst. Inmiddels rijden er twee vrachtauto’s richting de wedstrijden om het materieel van vader en zoon gescheiden te kunnen vervoeren.
Zelfbouw op de testbank
De vloot bestaat uit twee machines met een bijna identieke naam, maar een eigen karakter. “Mijn trekker voor de 4,5 ton klasse heet Red Bunny. De trekker van de jongens, de 3,6 ton, heeft een andere twist gekregen en heet The Red Bunny”, legt Joan uit. Beide machines zijn het resultaat van Zeeuwse nuchterheid. Het is een componenten tractor die ze volledig zelf hebben gebouwd rondom een 8,3 liter Cummins motor. “Een deel van de componenten hebben we natuurlijk gekocht bij specialisten, maar verder hebben we bijna alles zelf gemaakt.”
Eredivisie van de sport
Met de Red Bunny rijdt Joan nu voor het derde jaar en de machine heeft zijn sporen inmiddels verdiend. De eerdere promotie van het promoniveau naar het topniveau was een kantelpunt waar het team nu de vruchten van plukt. “Je kunt het vergelijken met de eredivisie in het voetbal; je moet daar op basis van prestaties naartoe groeien. Dat betekent dat het weer een tandje zwaarder is en we beter ons best moeten doen.” Om de aansluiting met de absolute top te behouden, wordt er continu gewerkt aan de details van het brandstofsysteem, de turbo en de banden.
Strijd op het Malenveld
Ondanks de lange reis vanuit Aagtekerke kijkt het team altijd uit naar de kleibaan in Stroe. Voor Joan is de sport een verlengstuk van zijn professie als garagehouder bij Autobedrijf Dekker, al houdt hij de twee werelden in het dagelijks leven strikt gescheiden. In de wedstrijdring telt alleen de techniek, al blijft Joan bescheiden over zijn doelstellingen in de koningsklasse. “Ik probeer net onder de top te hangen. Als ik daar kan komen, ben ik tevreden. Het podium is wel een beetje de ambitie, maar kampioen worden hoeft voor mij niet direct.”
